Beeldentuin in het voorjaar gereed

DobbekunstHet Stadshart van Zoetermeer zal niet alleen maar bestaan uit winkels, woningen, kantoren, uitgaansvoorzieningen en dergelijke.
Het gebied dient ook aangekleed te worden.
Met groenvoorzieningen, maar ook door middel van het toepassen van kunst.

Met uitzondering van ‘het meisje met fluit’, dat de belegger Aegon bij de opening van de eerste fase aan het gemeentebestuur aanbood en een plaats kreeg op de Plaats en het kunstwerk voor de brandweerkazerne, zijn er tot op heden nog geen andere kunsttoepassingen in het stadscentrum te ontdekken.
Toch wordt de kunst niet vergeten.
Achter de schermen wordt hard gewerkt om op verschillende plaatsen kunst te realiseren.
Daarbij gaat het enerzijds om het binnenstads- of winkelgebied.
Voor dat gebied worden worden vijf beeldende kunstopdrachten verstrekt.
Daarnaast is er de beeldentuin.
Deze tuin wordt ingericht op het kunstmatig aangelefde eiland in de Grote Dobbe, de plas die een overgang vormt tussen het oude dorp en de nieuwe stad.
De inrichting van die beeldentuin is een kunstwerk op zich.
Voor het vervaardigen daarvan heeft de Haagse beeldend kunstenaar Kees Verschuren de opdracht gekregen.
Inmiddels is al een begin gemaakt met de uitvoering van zijn creatie.
Ook hier zorgde de vorstperiode voor enige vertraging.

De naam beeldentuin doet vermoeden dat op het eiland een permanente beeldenexpositie te bezichtigen is, maar dat is niet juist.
Eens in de twee jaar zal op het eiland een tentoonstelling worden gehouden van eigentijdse beeldhouwkunst.
“Daarom moet het eiland een verscheidenheid aan mogelijkheden en plekken bieden, ook om er over langere tijd, 20 tot 30 jaar, nog onbekende vormen van kunst te kunnen laten zien”, zo verklaart Verschuren.

Op het eiland, dat via twee bruggen is te bereiken, wil Verschuren grote en klein plekken tot stand brengen± stille besloten ruimten en meer open ruimten die in elkaar overlopen.
Door toepassing van verschillende soorten ondergrond, steen en gras met water, wil de kunstenaar bereiken dat het eiland ook zonder beeldententoonstelling de gedaante aanneemt van een ruimtelijk kunstwerk dat van belang is voor de omgeving en de toevallige wandelaar.

Binnen de cirkel van het eiland, dat een doorsnede heeft van 65 meter, komt een onregelmatige vijfhoek te liggen, die 25 centimeter boven het eiland uitsteekt.
Dit gebied wordt bestraat met grijze betonsteen, dat wordt omgeven door een cortenstalen opsluitband.
Hierdoor ontstaat min of meer een sokkel.
Cortenstaal heeft de eigenschap dat het gaat roesten en zodoende een roodbruine kleur aanneemt.
De rest van het eiland is in het idee van Verschuren met gras bedekt.
Hoge geschoren beukenhagen zullen binnen enkele jaren de groene ruimten vormen.
Deze hagen, in hoogte varierend van 150 tot 200 centimeter, komen als gekromde vormen het plateau binnen.
“In het midden van het eiland, op het bestrate gedeelte, komt een soort paviljoenvan ijzer als meer besloten ruimte, waarin enige kleinere beelden kunnen staan.
Dit paviljoen bevindt zich zodanig op de weg van de wandelaar, dat, hoewel deze bijna ongehinderd kan oversteken, hem of haar een onverwachte en beweeglijke blik op de omgeving wordt gegund, aldus Verschuren.

Vredesboom

De beeldend kunstenaar heeft behalve hagen en het gras verder nauwelijks ‘groen’ op het eiland toegepast, mede omdat dit in de omgeving veelvuldig voorkomt.

Wel is er in het ontwerp rekening gehouden met de vredesboom, die op de Vredesdag in 1984 op initiatief van ABVA/KABO door wethouder L. M. Huizer op het eiland werd geplant.

Ijs en wederdienende is het de bedoeling dat in april/mei de uitvoering gereed is.

Daarna zal het nog geruime tijd duren voordat het eiland zijn uiteindelijke verschijningsvorm heeft.

“Het ijzer moet de natuurlijke roestkleur krijgen en de hagen moeten groeien. Het is een kunstwerk dat zichzelf voltooit”, aldus Kees Verschuren.

Toch zal de beeldentuin nog dit voorjaar op passende wijze voor het publiek worden opengesteld.

 De gedachten gaan daarbij uit naar een evenement, waarbij muziek een belangrijke rol zal spelen.

Bron: Zoetermeer Stad; 6 maart 1986

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1416

Zoetermeer bindt de ijzers onder in het TranSportium

TranSportiumSchaatsbond KNSB voorziet een prominente rol voor Transportium, het multifunctionele ijscentrum in Zoetermeer dat in 2019 operationeel zal zijn.

Maandagavond gaf de KNSB een intentieverklaring af voor vergaande samenwerking.

Jorrit Bergsma in actie in Thialf tijdens het NK Afstanden in februari dit jaar.

De schaatsbond is van plan één jaar voor oplevering van de accommodatie een overeenkomst aan te gaan met TranSportium.

Het zal een regionaal talentencentrum (RTC) gaan herbergen, daarnaast zullen er (internationale) wedstrijden worden gehouden.

De grote droom van Zoetermeer en alle schaatsliefhebbers in de regio Zuid-Holland lijkt dus in vervulling te gaan.

Met de verklaring maandagavond van de bond zijn alle seinen op groen gezet voor de komst van een nieuwe, hypermoderne schaatsbaan in Zoetermeer.

Rijksweg A12
De nieuwe schaatsbaan moet onderdeel worden van een groot complex langs de rijksweg A12, op business park Bleizo – tussen Bleiswijk (gemeente Lansingerland) en Zoetermeer.

Naast een schaatsbaan omvat het nieuwbouwcomplex verder onder meer nog een topsporthal en een hotel.

In totaal komen de kosten van het project uit op 200 tot 250 miljoen euro.

Het geld hiervoor komt volgens de initiatiefnemers uit het bedrijfsleven. Het TranSportium is een initiatief van onder meer elektronicaconcern Siemens, bouwer Dura Vermeer en ingenieursbureau Royal Haskoning DHV.

De bedoeling is dat het nog te bouwen schaatsstadion in Zoetermeer straks de locatie wordt van nationale en internationale schaatstoernooien.

“Daar zijn basisafspraken over gemaakt met de schaatsbond”, weet Transportium-initiatiefnemer Frank Heijerman.

Hij stelt dat het in de richting van een fifty-fifty verdeling tussen Thialf en Transportium gaat.

De kans dat er toernooien zoals nationale en Europese kampioenschappen naar Zoetermeer komen noemt hij dan ook zeer reëel.

“Als je denkt dat je die evenementen niet krijgt, bouw je geen wedstrijdhal met tribunes erin”.

Volgens Heijerman kan de zaak in het schaatsseizoen 2019/2020 operationeel zijn, zoals ook de KNSB wil.

“Wij denken dat dit haalbaar is”, aldus de initiatiefnemer van de Zoetermeerse schaatstempel.

 

Heerenveen

De schaatbond liet gisteren verder weten ook met Thialf een langjarige verbintenis te willen afsluiten. De schaatsbond ziet samenwerking met en tussen de ijsbanen in Heerenveen en Zoetermeer als de sleutel om de toekomst van het topschaatsen en de schaatssport in het algemeen te borgen.

“We zien het als een win-winsituatie als we de samenwerking aangaan met Thialf en TranSportium”, zei Paul Sanders, algemeen directeur van de KNSB. “Zo kan een brug worden geslagen tussen traditie, kennis en expertise van Thialf en de schaatspotentie in het zuidwesten van Nederland”.

Bron: Algemeen Dagblad

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1398

Textiel bekleedt straatnamen in Rokkeveen

De commissie straatnaamgeving heeft de suggestie gedaan om de straten in Rokkeveen-West te vernoemen naar textielsoorten.

Het college van Burgemeester en Wethouders is inmiddels met dit voorstel akkoord gegaan.

Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de uitdrukkelijke wens van de toekomstige bewoners van de wijk.

Voor de straat, die aan de plas van het Floriade-terrein grenst wordt de naam ‘Florazoom’ als suggestie gegeven, terwijl de plas mogelijk ‘Floraplas’ zal gaan heten.

Beide namen zullen zo tot in lengte van dagen herinneren aan de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade die daar in 1992 wordt gehouden.

Alle straten in Rokkeveen-West krijgen overigens het achtervoegsel ‘zoom’.

‘Zoom’ roept zowel associaties op met textiel als met de ligging van dit gebied in de wijk.

Enkele namen van straten in Rokkeveen-West zijn: Astrakanzoom, Flanelzoom, Fluweelzoom, Linnenzoom en Tweedzoom.

 Kennisgeving

Het college van Burgemeester en Wethouders heeft verder de straatnaamsuggesties van de Jongeren Organisatie voor Vrijheid en Democratie (JOVD) en Amnesty International voor kennisgeving aangenomen.

Het college wil deze suggesties behandelen bij het geven van namen aan straten in een nieuwe bouwlokatie.

De JOVD wilde een straat vernoemen naar de Zweedse verzetsstrijder Raoul Wallenberg en Amnesty International gaf de naam van Peter Benenson, de man die de aanzet gaf tot de oprichting van Amnesty International, in overweging.

Op maandag 27 mei zal de straatnaamgeving voor Rokkeveen-West in de vergadering van de gemeenteraad aan de orde komen.

Bron: Zoetermeer Stad 16 mei 1991

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1353

Geen Zoetermeermin, maar een danseresje

Eindelijk is het zover.

Het beeld van de Groninger Eddy Roos is af; door de commisie beeldende kunsten in orde bevonden en inmiddels vervoerd naar Zoetermeer.

Het kunstwerk stelt een sierlijk dansersje voor.

Binnen twee of drie weken kan het beeld in het Wilhelminapark staan, maar dan moet wel de fundering gereed zijn.

Het heeft heel wat moeite gekost voordat het zover was.

Een aantal jaren geleden schonk de Gedistilleerd en Wijngroep Nederland bij de opening van haar nieuwe vestiging in Zoeterhage de gemeente een bronzen beeld.

Burgemeester Hartman Hoekstra kreeg bij die gelegenheid een verkleind beeldje aangeboden, de ‘Zoetermeermin’.

Maanden verstreken totdat het eigenlijke kunstwerk gereed was.

De commissie beeldende kunsten was daar echter niet zo bijster over te spreken.

Het week te zeer af van het oorspronkelijke ontwerp.

Een Zoetermeerse delegatie reisde daarop naar Eddy Roos in Uithuizen en liet daarbij de keuze op een ander ontwerp van de kunstenaar vallen, namelijk een sierlijk danseresje.

En dat komt nu binnenkort in het Wilhelminapark te staan.

Het is de bedoeling dat het kunstwerk uiteindelijk een plaats krijgt in de Dobbe bij het stadscentrum.

Bron: Zoetermeer Stad, 9 december 1982

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1343

Een verdwenen herinnering: een oliegestookte gasfabriek

Aan de Delftsewallen stond in het begin van de vorige eeuw een oliegestookte gasfabriek.

Op aanzichtkaarten uit de vorige eeuw is nog te zien dat tussen twee tegenover elkaar staande gevels een koord gespannen was, waaraan in het midden een lantaarn hing.

Aan één gevel was een katrol bevestigd. Hiermee kon de lantaarnopsteker de lamp op straat laten zakken en met olie vullen,  

Aan de Vlamingstraat, de Schinkelweg en Den Hoorn stonden lantaarnpalen die door de lantaarnopsteker met een laddertje bediend werden.

Vanaf 1906 had de gemeente Zoetermeer een eigen gasfabriek aan de Delftsewallen en werden de lantaarnpalen van gasverlichting voorzien.

In de Dorpsstraat waren sindsdien lantaarns aan de gevels bevestigd.

De buitenwegen waren onverlicht.

Bij het beleggen van vergaderingen, uitvoeringen e.d. werd dan ook de almanak geraad-pleegd om te zien wanneer het lichte maan was.

De gasverlichting heeft dienst gedaan tot in de eerste wereldoorlog (1914-1918) toen wegens kolenschaarste geen gas meer gefabriceerd kon worden.

Nadien is de gasfabriek niet meer in werking gesteld maar zijn onderhandelingen gevoerd met de gemeente Delft, die van toen af Zoetermeer en Zegwaart van elektriciteit heeft voorzien.

Tot die tijd was de petroleumlamp wel de meest gebruikelijke verlichting in de woningen.

Omdat aansluiting aan het electriciteitsnet niet verplicht was hebben verscheidene inwoners zich ook daarna nog jaren met de olielamp beholpen, daar olie ook gebruikt werd om op te koken hadden meerdere ‘olieboeren’ een goed bestaan.

De vanzelfsprekendheid waarmee de inwoners van Zoetermeer heden ten dagen ongelimiteerd gebruik kunnen maken van gas en elektriciteit staat in sterk contrast met de situatie aan het begin van deze eeuw.

Toen waren Zoetermeer en zijn zustergemeente Zegwaart weliswaar uitgestrekte, maar schaars bevolkte dorpen.

De eerste openbare verlichting in Zoetermeer werd geïnstalleerd in 1807.

Met het oog op de veiligheid langs de weg werden enkele tientallen eigenaren van huizen in de bebouwde kom (Dorpsstraat en Vlamingstraat) verplicht om olielantaarns te gedogen aan hun gevel.

De daartoe aangestelde lantaarnopsteker zorgde dagelijks voor het ontsteken en doven van de lantaarns.

In de loop van de 19e eeuw werd het aantal lantaarns gestadig uitgebreid.

In 1906 besloten B &W van Zoetermeer over te gaan tot de bouw van een peteroleum-gasfabriek, naar voorbeeld van die van de heer J. Bleuland van Oordt te Voorburg.

Volgens een wervende seculaire gaf het te leveren gas “prachtig licht” en was “als kookgas en voor verwarming uitstekend te gebruiken”. Belangrijk was ook dat het “bij eene goede behandeling niet gevaarlijk of schadelijk” zou zijn.

Oogmerk voor de oprichting van de fabriek was niet het maken van winst, maar het zorgen voor een goede energievoorziening.

Naar ontwerp van de Voorburgse architect M.A. de Zwart bouwde de Zegwaartse aannemer Johan Bouman een gasfabriek(je) met fitterswoning, gashouder, zuiveringshuis en kolenschuur aan de Delftsewallen in Zoetermeer.

Met de gemeente Zegwaart werd direct een overeenkomst gesloten voor de afname van gas en al spoedig werden leidingen aangelegd in de op elkaar aansluitende bebouwde kommen van beide dorpen.

Eén leiding werd doorgetrokken langs de Molenweg om ook de fabriek van Nutricia en het spoorwegstation van gas te kunnen voorzien.

Bleuland van Oordt verzorgde ook de leverantie van zinken lantaarns, lantaarnpalen (‘Haagsch model’) en wandarmaturen.

Enkele jaren later werd de opslagcapaciteit vergroot door de bouw van een tweede gashouder, die half ondergronds gebouwd zou worden.

De Voorburgse expertise was blijkbaar niet meer nodig want het ontwerp werd gemaakt door G. J. van Kampen, bouwkundige te Zegwaart en tevens administrateur van de fabriek.

Hoewel de exploitatie van de fabriek redelijk succesvol verliep, besloot het college van B & W in 1917 om toch over te gaan tot sluiting.

De reden hiervoor was de stagnatie in olieleverantie in verband met de oorlog, waardoor tijdelijk geen gas meer kon worden geleverd.

Bovendien waren de prijzen in de afgelopen 10 jaar gestegen van 30/40 cent tot 100/125 cent voor kook- respectievelijk lichtgas.

Dat was voor veel inwoners te duur.

De gemeente Delft sprong in op de problemen met een aanbod voor elektriciteitsvoorziening.

Er lag reeds een hoogspanningskabel naar Pijnacker en van daaruit zouden Zegwaart en Zoetermeer eenvoudig van stroom kunnen worden voorzien.

Dat op stroom niet kon worden gekookt werd terzijde geschoven.

Gezien het feit dat beide dorpen geheel in duisternis waren gehuld, werd met spoed besloten en in september 1917 werd de overeenkomst met Delft getekend.

De nieuwe verlichting werd met enig ceremonieel in gebruik genomen, aldus een verslag in het nieuws van 8 december 1917: autoriteiten en pers togen ’s avonds 4 december door de stikdonkere straat naar de ‘centrale’ (het transformatorhuis achter het raadhuis te Zegwaart)  alwaar de burgemeester de stroom in de gemeenten Zoetermeer en Zegwaart ‘inliet’.

Vervolgens was het een “verrassend schouwspel al die lampjes als bij tooverslag tegelijk te zien aangaan. Een mooie Sint-Nicolaas surprise!”.

Het heuglijke feit werd die avond in de raadzaal verder herdacht “onder het genot van een glas wijn en een sigaar”.

In de loop der jaren werd de elektriciteitsvoorziening slechts mondjesmaat uitgebreid.

In de jaren twintig werden de Voorweg en de Zegwaartseweg verlicht en pas in 1931 de Meerpolder en de Molenstraat. Het zou tot na de oorlog duren voor er weer gas in de dorpen kwam en uiteindelijk alle bewoners in het genot waren gesteld van onbeperkte gas- en lichtgebruik.

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1270

Het ontginnen van een zoetwatermeer tot beschermd polderland

De eerste bewoners van Zoetermeer vestigden zich rond het jaar 1000 aan een groot zoetwatermeer. Ze volgden via de Oude Rijn de natuurlijke stroompjes naar de Noord Aa en kwamen even verder bij het meer uit.

In het meer joegen de bewoners op de vis en ontgonnen zij telkens een klein deel van het omringende veenmoeras om graan te telen en haar vee te laten grazen.

Hiermee groeide de ontginning van het boerenland in snelvaart

Rondom het meer groeven de boeren vanaf de veertiende eeuw steeds meer veen af voor de winning van turf, waardoor dat gebied lager kwam te liggen dan het meer.

Door golfslag sloeg het water over en door de kleine dijken heen.

Om het meer lieten zij een ringdijk aanleggen met ringvaart.

Die kwam via twee verlaten sluizen uit op de hoger gelegen boezemwateren bij Stomwijk en de Vliet richting de Noord Aa.

 

Drie mannen vatten het plan op om dit gevaar te keren, Jacob van Wijngaarden, ambachtheer van Zoetermeer, de Leidse hoogleraar geneeskunde Aelius Evaradus Vorstius en de uit Antwerpen afkomstige en in Leiden residerende koopman Johan Pellicorme.

Zij kregen op 15 maart 1614 toestemming van de Staten van Holland en West/Friesland het meer droog te leggen.

Het was de eerste grote drooglegging beneden het Ij.

Vanwege de risico´s en benodigde investeringen kregen de initiatiefnemers en mede/investeerders lang vrijdom van allerlei belastingen.

Een gang van drie achterelkaar staande molens met schepraderen maalde het meer langzaam leeg, de molens hielden de polder daarna in natte tijden droog.

In 1616 werd de bijna 540 hectare landbouwgrond in 30 kavels verdeel en verrezen boerderijen tegen de ringdijk.

Een zeer laag gelegen deel in het zuidwesten moest tot 1895 met een kleine weidemolen worden bemalen.

In 1926 nam een motorgemaal het werk over van de molens die hun wieken verloren.

De geknotte molens staan nog altijd aan de noordwestzijde van de polder.

 

De Meerpolder is vrijwel intact gebleven ondanks enige bebouwing, herverkaveling en oliewinning en vormt een groene buffer tussen de omringende steden en ligt aan de rand van het Groen Hart.

Het Zoetermeerse Meer was in oorsprong natuurlijk, wat goed is af te zien aan de ovale vorm op de kaart.

De polderinrichting kende een eenvoudig schema: de Middelweg of middenweg deelde het poldervlak in tweeën en vormde de verbinding tussen de dorpen Stompwijk en Zoetermeer.

Haaks op de Middelweg werden over de gehele breedte van de polder drie tochten gegraven.

Parallel aan de weg werden vervolgens dertig kavels uitgezet.

Tegenwoordig is de polder nog een ‘groene’ buffer tussen Zoetermeer, Den Haag en Leiden.

In het rapport De ontwikkeling van het Westen des Lands (1958) stond dat de stad Den Haag binnen haar grenzen nauwelijks meer kon groeien en dat opvang in het oosten moest worden gezocht.

In datzelfde jaar werd het dorp Zoetermeer als groeikern aangewezen.

Stedenbouwkundige S.J. van Embden tekende hiervoor in 1963 het structuurplan en liet de uitbreidingen ophouden waar de polder begon.

Hoewel de druk op de polder vanuit Zoetermeer en Leiden inmiddels enorm is toegenomen, besloot Zoetermeer in 2001 het gebied de komende decennia vrij te houden van verstedelijking.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1323

Nostalgie en herinneringen in allerlaatste ‘Zoetermeer Magazine’

Vijfenveertig jaar geleden, in het jaar 1967, verscheen het eerste exemplaar van het magazine ‘Zoetermeer’ bij de toen nog tellende 11.000 Zoetermeerders op de deurmat.
‘Zoetermeer’ bracht haar bewoners de laatste ontwikkelingen binnen de stadsgrenzen in geschreven vorm met een breed scala aan rubrieken.
In 1971 werd de naam omgedoopt in ‘Zoetermeer Stad’.
De toewijzing tot het uitgroeien naar 100.000 inwoners moest het dorpse karakter een stedelijk uiterlijk geven aan het magazine.
De laatste naamsverandering kreeg het in 1992.
Na het bereiken van 100.000 Zoetermeerders in 1991, moest het een tijdschrift voor iedereen gaan worden.

‘Zoetermeer Magazine’ zoals het in haar huidige vorm bestaat zal deze maand voor het laatst ter perse gaan.
Het was één van de bezuinigingsvoorstellen die inwoners twee jaar geleden aan de gemeente deden om de gemeentekas te sparen.
Om het tijdperk te markeren neemt burgemeester Charlie Aptroot deze week het eerste exemplaar van de laatste edtitie in ontvangst.
“Het laatste exemplaar van het ‘Zoetermeer Magazine’ is een mooi bewaarexemplaar voor alle inwoners. Het staat vol met mijlpalen, nostalgie, opvallende nieuwsfeiten, veranderingen, foto’s en leuke weetjes die de afgelopen 45 jaar in het blad de revue passeerden”.

Met het verdwijnen van het magzine blijft Zoetermeer haar inwoners informeren over de ontwikkelingen in de stad op de gemeentelijke website Zoetermeer.nl, op social media’s Facebook (/Zoetermeer), Twitter (@gemZoetermeer) en in het stadsnieuwsrubriek in Zoetermeer Dichtbij.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1296

De straatnaam en haar oorsprong: Malachietgroen

De naam malachiet komt wellicht van het Griekse malach (‘diepgroen’), of van het  Griekse malakos (‘zacht, week, zwak’).

De verklaring ‘week’ kan slaan op het hoge kopergehalte, waardoor dit mineraal relatief zacht is en zijn karakteristieke groene kleur krijgt.

De malachiet is een heldergroen tot zwartgroen mineraal.

Malachiet is goed herkenbaar aan zijn groengestreepte tekening.

Het  mineraal vormt vaak knolvormige aggregaten.

Deel je het in plakken, dan verschijnen er mooie randen en oogvormige patronen.

Het gestreepte malachiet is soms vergroeid met het blauwe azuriet tot azuriet-malachiet

Ook vergroeiingen met andere koperverbindingen zoals chrysocolla en turkoois komen voor.

Dergelijk gesteente staat bekend onder de naam Eilatsteen, naar de vindplaats in het uiterste zuiden van Israël.

 

De oorsprong

Malachiet heeft altijd tot de verbeelding gesproken.

Er bestaan veel verhalen en overleveringen over.

Als helende edelsteen is het zeer veelzijdig.

Vroeger werd de malachiet vooral gezien als vrouwensteen, maar tegenwoordig vinden ook steeds meer mannen er veel baat bij.

Niet alleen werkt malachiet sterk in op de geslachtsorganen, maar ook verbindt malachiet de linker en rechterhersenhelft beter.

Daardoor worden geestelijke vermogens, concentratie, ruimtelijk inzicht en analytisch vermogen gestimuleerd.

Malachiet vergroot je gevoel voor schoonheid.

Het maakt tevreden, geduldig en vergroot je invoelingsvermogen.

Het helpt gevoelens als jaloezie en afgunst te verminderen.

 

Door de eeuwen heen 

Het oudst gevonden sieraad van malachiet is 10.500 jaar oud en werd gevonden in de grotten van Shanidar in het noorden van Irak afkomstig uit de Neanderthalertijd.

Malachiet is door de eeuwen heen altijd aan godinnen gewijd: in Egypte aan Isis-Hathor, de koningin der goden.

Zij was zeer geliefd en stond  voor schoonheid, vreugde, macht en moederschap.

Zij werd de ‘Dame van Malachiet’ genoemd.

Malachiet werd in die tijd gebruikt om menstruatieklachten te verhelpen, de vruchtbaarheid te verhogen, een zwangerschap goed uit te dragen en snel te herstellen na een geboorte.

Ook werden armbanden van malachiet gebruikt als amulet tegen cholera en andere besmettelijke ziektes.

In Egypte was malachiet een populair materiaal voor cameeën, scarabeeën, talismannen en siervoorwerpen.

Verpulverde malachiet vermengd met vet werd gebruikt als make-up en bescherming tegen ontstoken ogen.

De hoofdtooi van de farao werd soms aan de binnenkant bekleed met malachiet, omdat malachiet een directe verbinding met Hathor zou bewerkstelligen en de farao zo wijs zou maken.

De Grieken namen de associatie tussen groene stenen als malachiet en godinnen over van de Egyptenaren.

Groen was de kleur van de tempel van Artemis in Ephesus.

Deze tempel, in 560 voor Christus gebouwd en beschreven door Plinius, was prachtig versierd met malachiet en gold als een van de zeven wereldwonderen.

Groen was ook de kleur van Aphrodite, de godin van de liefde en de vruchtbaarheid.

Zij ging niet alleen over de vruchtbaarheid van mensen, maar ook over die van de groene natuur.

In de Romeinse tijd waren groene stenen zoals malachiet gewijd aan Venus, oorspronkelijk godin van de vruchtbaarheid van akkers, boomgaarden en gedierte en later ook van de lichamelijke liefde en de vruchtbaarheid.

Ze viel samen met de Griekse liefdesgodin Aphrodite.

De Grieken en Romeinen gebruikten fijngewreven malachiet als schmink en als kleurstof voor verf.

Men geloofde dat malachiet kinderen tegen tovenarij en hekserij kon waarschuwen, door te breken in de nabijheid van slechteriken.

Malachiet stond niet alleen voor schoonheid, vrouwelijkheid, zinnelijkheid en verleiding, maar ook voor nieuwsgierigheid, esthetiek, wetenschap en schone kunsten.

In de Middeleeuwen geloofde men dat malachiet kon waarschuwen voor vergiftiging.

Een malachiet gedompeld in een beker drinken verkleurt namelijk als er gif in de drank zit.

In de 16e eeuw werd de steen in Midden-Europa gebruikt om de groei van kinderen te bevorderen en om pijn te stillen.

De malachiet werd nog steeds beschouwd als een typische vrouwensteen; hij hielp bij menstruatieklachten, zwangerschappen en bevallingen.

Er bestaan zogenoemde ‘barenskruisen’ die bezaaid zijn met malachiet.

Tot in de 16e eeuw droegen zwangere vrouwen deze kruisen als amulet.

In Rusland, in de Oeral, was malachiet gewijd aan de Godin van de Kopermijnen.

In Rusland werd de malachiet gebruikt tegen nieraandoeningen, hartkrampen en jicht.

De Romanovs, de beroemde Russische tsarenfamilie, waren heel erg dol op de prachtig groene malachiet.

Het werd gewonnen in de Oeral en op zeer grote schaal gebruikt om huizen en paleizen zoals het Winterpaleis te verfraaien.

Een bekend Russisch sprookjesboek heet ‘Het Malachieten Kistje’.

Het is geschreven door Pavel Petrovich Bazhov (1879-1950), die opgroeide in een mijnwerkersmilieu in de Oeral.

In één van zijn verhalen komt de Malachieten Dame voor die in de Koperen Berg woont.

Zij staat in de omgeving bekend als bijzonder mooi, wijs en voorzien van magische krachten.

In Indonesië werd de malachiet gebruikt tegen epileptische aanvallen.

Gemalen malachiet was heel lang een belangrijk pigment bij de bereiding van groene verf.

Daaraan kwam een einde rond het jaar 1800 toen alternatieve groene pigmenten als verdigris beschikbaar kwamen.

 

De effecten

Malachiet hoort bij alle chakra’s, maar vooral bij de basis-, zonnevlecht-, hart- en keelchakra’s.

Groen is de kleur van het hartchakra én van de malachiet.

Malachiet versterkt het hart en de bloedsomloop.

Het mineraal versterkt de wanden van de bloedvaten en vermindert en voorkomt spataderen en aambeien.

Malachiet is een belangrijke beschermsteen.

Het neemt negatieve energieën en vervuilende stoffen gemakkelijk op uit de atmosfeer en het lichaam.

Malachiet biedt bescherming tegen allerlei soorten straling, zoals elektromagnetisme, aardstralen.

Malachiet heeft door zijn koper een sterke antibacteriële werking en verlicht en heelt daardoor ontstekingen.

Dat geldt vooral voor ontstekingen van de huid, in het gezicht en van de ogen.

Malachiet is goed tegen besmettelijke ziekten, zoals cholera.

Epilepsie, waanbeelden, duizelingen worden verminderd of zelfs geheeld door malachiet.

Malachiet stimuleert de waterhuishouding enorm; de nieren en blaas gaan beter werken, waardoor de kans op jicht afneemt.

Malachiet helpt bij verminderde aandrang om te plassen en ook tegen een steeds terugkerende blaasontsteking.

Malachiet ondersteunt de ontwikkeling van de geslachtsorganen en heelt aandoeningen hieraan, zoals prostaatklachten, onregelmatige of pijnlijke menstruatie, frigiditeit.

Het vergemakkelijkt de bevalling, verkleint de kans op kraamvrouwenkoorts en doet borstvoeding toeschieten.

Het helpt bij seksuele problemen, vooral als die veroorzaakt zijn door slechte ervaringen in het verleden.

Malachiet versterkt de lever en heeft daardoor een ontgiftende werking.

Het helpt bij klachten aan de luchtwegen, zoals astma.

Malachiet geeft meer lucht.

Malachiet is een uitmuntende versterker van het zelfhelend vermogen en is daarom prima in te zetten bij chronische ziekten.

De straatnamencommissie vernoemde op 28 september 1987 het Malachietgroen in de stadswijk Rokkeveen.

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1272

Eindelijk de eerste

Zoetermeer heeft een nogal hardnekkig imagoprobleem, dat bleek uit de teleurstellende verkiezingsuitslag tot minst gastvrije gemeente van Nederland.

Een mooie opsteker was dan de uitroeping tot het beste digitale loket van alle gemeenten in Nederland uit het onderzoeksrapport van Ernst & Young, Benchmark Digitale Dienstverlening 2012.

Zoetermeer was in 2011 een nieuwkomer in de top 10 en behaalde toen de tweede plaats, dit jaar neemt het de nummer een positie over van de gemeente Den Haag.

Met trots op het gezicht kreeg wethouder Patrick van Domburg in het bijzijn van zijn collegeleden de onderscheiding van Guill van den Boom, partner van Ernst & Young.

Ernst & Young voert het onderzoek naar digitale dienstverlening jaarlijks uit onder alle Nederlandse gemeenten. Het onderzoek richt zich onder andere op de mate waarin de burger interactief producten kan afnemen bij de gemeente, de effectiviteit van de zoekmachine en hoe de gemeente omgaat met vragen via e-mail. De gemeente Zoetermeer scoort maximaal op de onderdelen effectiviteit zoekmachine en e-mail response. Ook scoort de gemeente goed op de interactiviteit van producten,  slechts twee producten zijn niet digitaal aan te vragen.

Guill van den Boom, Partner bij Ernst & Young: “Uit ons onderzoek blijkt dat over het algemeen het aantal producten dat de burger volledig digitaal kan afnemen in 2012 sterk is gegroeid. Verder constateren wij dat gemeenten in de categorie tot 50.000 inwoners de sterkste ontwikkeling kennen. De kleinere gemeenten maken een inhaalslag ten opzichte van de gemeenten met meer dan 50.000 inwoners. De achterstand in het aantal digitaal aan te vragen producten bij kleinere gemeenten blijft echter aanzienlijk.”

Bron: Gemeente Zoetermeer

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1261

Druilerig en koud. Even opwarmen op de kermis

Hevige felle regenbuien. Druilerig en waterkoud. Zo voelde het vrijdagavond aan. Bepakt in een dikke, tot de kniën lange winterjas en warme laarzen stapte wethouder Mariette van Leeuwen samen met haar twee dochters aan haar zijde door de grote waterpartijen om het kleine aantal toegestroomde bezoekers te verrassen met vrijkaarten voor de najaarskermis en daarmee negen dagen lang kermisvertier inluidde.

Enthousiast is Mariëtte van Leeuwen wanneer zij het verwarmd terras binnenstapt om te genieten van een warm drankje en het gezicht opwarmt. “Het is heerlijk even uit de regen te stappen om te wachten op het droge moment en te genieten van iets warms”.

Ook Margreet van Driel, directrice van Floravontuur Promotie Zoetermeer, is enthousiast wanneer zij in gezelschap met de exploitanten de deelnemende vermaken bezoekt.

Ze benadrukt de in de avond verlichtte bogen die de poorten zijn naar het evenemententerrein, de verspreiding van de horeca en het aanbod aan vermaak dit najaar als een grote afgesloten ballon waarin op water kan worden gelopen en familieachtbaan Crazy Mouse.

De Floravontuur Najaarskermis staat nog tot en met zondag 21 oktober op het evenemententerrein nabij de PWA SilverDome aan de Van der Hagenstraat.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://zoetermeerinbeeld.nl/?p=1246

Oudere berichten «